Beschrijving Huis Dijk

Algemeen

Het betreft een T-boerderij die gebouwd is nadat de oude boerderij in 1887 was afgebrand. Het heeft een herenhuisachtig voorhuis. Het achterhuis en schuren zijn voorzien van een geleding door lisenen en tandlijsten met dropmotief. Dit is kenmerkend voor laat 19e eeuwse boerderijen in de Liemers en de Ooypolder bij Nijmegen. Bovendien is zowel het boerderijtype als de datering nauw verwant aan die van de Duffelt bij Kleef en aan de overkant van de Rijn bij Emmerich. Voor het huis is een tuin met een gazon en een ca. 200 jaar oude beuk.

Aan de weg staan twee stenen kolommen, waarvan de linkerkolom is voorzien van ‘Huis’ en de rechterkolom ‘Dijk’. De kolommen vormen het begin van een oprijlaan naar het voorhuis. Naast het voorhuis staat een schuur waarvan het interieur en de voorgevel is aangepast aan de dierenartsenpraktijk, die daar –vanaf 1967 - in werd uitgeoefend.
De boerderij is gebouwd op een U-vormige plattegrond, met aan de oostzijde ter hoogte van het achterhuis twee in L-vorm aangebouwde schuren. De laagste is gesitueerd parallel aan het achterhuis. Het tweelaagse voorhuis heeft een afgeplat schilddak met opnieuw verbeterde Hollandse pannen en op beide nokeinden een gemetselde schoorsteen.

 

zij_en_voorgevel_met_oprijlaan achterhuis_met_schuren
Het voorhuis met
oprijlaan
Het achterhuis
met schuren

 

Het voorhuis

Het voorhuis heeft een gepleisterde plint met ingetrokken schijnvoegen en gepleisterde hoekpilasters, op de begane grond geblokt en op de verdieping voorzien van verdiept gelegen op de bovenzijde afgeronde panelen. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld in vijf traveeën, met de entree in de middelste travee. De entree heeft een inpandige portiek, gemarkeerd door halfzuiltjes aan weerszijden van de ingang, te bereiken door middel van een hardstenen trap. Verder zijn de vensters aan de voorzijde door segmentbogen afgesloten, met op de begane grond achtruits schuiframen en op de verdieping zesruits schuiframen. Verder bevinden zich in de plint van de twee linker traveeën tweedelige kelderlichten.
Het voorhuis heeft een middengang met vestibule met zeshoekige grestegels (zwart, grijs, oker). Tussen vestibule en trappenhal is een dubbele deur met halfrond bovenlicht.
Bovendien heeft het trappenhuis nog gietijzeren balustrades. Links van de gang, een kamer en gemoderniseerde keuken, waartussen een keldertrap. De twee kelders hebben troggewelfjes. Rechts van de gang een ruimte (voorheen twee), met een stucplafond en in het voorgedeelte twee zwart marmeren schoorsteenmantels.

 

herenhuisachtig_met_afgeplat_schilddak entree_met_inwendige_portiek
Het voorhuis met
gepleisterde plint
en hoekpilasters
Entree met
inwendige portiek

 

De zijgevels

De zijgevels bestaan elk uit drie traveeën, met aan de linkerzijde weer twee kelderlichtopeningen en een blinde opening. Bovendien kent de begane grond en de verdieping weer vensters. De rechter zijgevel (westgevel) begint links met een opgeklampt deurtje met een tweeruits bovenlicht, daarna een gietijzeren meerruits stalraam, vervolgens een deur, een segmentboog afgesloten dubbele deeldeur, daarna tweemaal twee gekoppelde door segment boogjes afgesloten stalraamopeningen met betonnen vierruits stalramen, daarna een verlaagd staldeurtje, daarna weer drie maal twee als boven gekoppelde stalraam - openingen. Aan de linkergevel (oostgevel) is eerst een schuur aangebouwd; verder is er nog een staldeurtje en een stalraam.

 

westelijke_zijgevel_met_traveeen westelijke_zijgevel
Westelijk zijgevel
met drie traveeën
Westelijke zijgevel

 

Het achterhuis en de schuren

Het achterhuis is voorzien van een fors aangekapt zadeldak met gesmoorde en rode Muldenpannen. De gevels zijn opgetrokken uit baksteen, gemetseld in kruisverband. De achtergevel (zuidgevel) heeft een links geplaatste door een segmentboog afgesloten deeldeuropening met een dubbele deeldeur. Verder een door een segmentboog afgesloten betonnen stalraam, een ingehakte deeldeuropening met aan weerszijden ingehakte ventilatieopeningen en uiterst rechts nog een staldeurtje. Verder zijn er in het midden boven een dubbel hooiluik en in de top twee ronde meerruits gietijzeren stalramen. De aangebouwde schuren zijn elk van een zadeldak voorzien en hebben gesmoorde Muldenpannen.

 

achtergevel schuur_oostgevel
De achtergevel Schuur oostgevel

 

Enkele verklaring technische termen

T-Boerderij Hier staat het woonhuis dwars op het bedrijfsgedeelte
Geleding Verticaal op elkaar volgende en door inspringen of afwisselen van ordonnantie gemarkeerde leden van een gebouw of onderdeel hiervan. Vooral bij torens, steunberen en hoofdgestellen gebruikelijk.
Een toren- of gevelgeleding correspondeert niet altijd met een verdieping.
Lisenen Een liseen is een pilastervormige uitspringende verticale muurbekleding, die over de gehele lengte van de gevel loopt.
Tandlijsten met dropmotief Tandlijst, lijst van blokjes zoals aan Ionische kroonlijsten. Geliefd motief in de baksteenarchitectuur, gevormd door om de andere uitspringende koppen. Dropmotief = kleine cilinder- of kegelvormige versiering aan de onderkant.
Kolommen Stenen-, stalen-, houten- of betonnen steunpunt.
Schijnvoegen Nepvoegen, deze zijn ter verfraaiing.

Travee

Afstand tussen twee opvolgende steunpuntassen in de lengterichting van een gebouw of bouwdeel.
Halfzuiltjes In algemeen spraakgebruik: pilaar, pijler met de helft van de normale doorsnede.
Segmentbogen Boog minder dan een halve cirkel.
Achtruits- en Zesruitsraam Een omraming, een randwerk verdeeld in acht of zes vakken door middel van raam-roeden waardoor er dus acht of zes ruitjes in het raam zijn aangebracht.
Raamroedes Houten of metalen element van relatief geringe doorsnede in een raam of venster, waarin of waaraan het glas bevestigd wordt.
Zadeldak Dak bestaande uit twee schuin naar elkaar toelopende dakvlakken.
Kruisverband Kruisvormige verbinding van stenen oftewel verband in kruisvorm.
Vestibule Ruimte die men betreedt na de ingang van een gebouw, voorzaal.
Balustrade Borstwering, afzetting van een balkon, terras, galerij vaak rijk bewerkte spijlen van hout, metaal of steen met erop rustende horizontale balk.
Troggewelf Tongewelf waarvan de welflijn een gedeelte van een halve cirkel is. Het heeft een geringe pijl en wordt, t.b. over kelders, in meervoud tussen houten of ijzeren liggers gemetseld in lagen die evenwijdig met de kruinlijn lopen.

 

Bronnen:

  • Jaarboek Oaver Diem, jaar 2005, blz. 99 t/m 108

Copyright @2018|Oudheidkundige Vereniging Didam| Anjerstraat 6,6942 VW Didam|Tel.nr 0316-224447|
Disclaimer

log in